Proeven Makkelijk of Moeilijk.


Vaak hoor ik op een workingtest na afloop dat een proef te moeilijk was. Dat een proef te makkelijk was verteld men zelden.

Als een proef te makkelijk is kijkt men denk ik te veel door een roze bril naar zijn eigen hond. Het gevoel van eigenwaarde wordt hierdoor toch ook gesterkt, mijn hond doet het immers zo goed.

Wanneer is een proef te moeilijk:

    Kan de hond de proef fysiek of metaal niet aan.

    Is de hond niet voldoende getraind

    Is de hond niet op de juiste wijze getraind

    Wordt de hond in een te hoge klasse voorgejaagd

Als een proef uitgezet word is het dan noodzakelijk dat de proef door iedere hond in die klasse met goedgevolg afgelegd kan worden?

Het kan namelijk ook zijn dat de hond te snel in een te hoge klasse word ingeschreven, b.v. op een te jonge leeftijd dus geestelijk niet voorbereid is op verschillende situaties. Hier onder versta ik dus ook verschillende terrein soorten. Of is er wel voldoende getraind op alle mogelijke situaties die men in het veld tegen kan komen.

b.v. iemand die in de polder woont heeft die de hond wel eens op de heide laten werken of heeft iemand van de heide zijn hond wel over het schapengaas uit de polder leren springen.

Ook kan men zich afvragen of het voor de keurmeester noodzakelijk is dat een hond alles volbrengt, het niet met goed gevolg afleggen van een proef is door de keurmeester ook te beoordelen.

Een proef is geen training, maar een mogelijkheid om te laten zien hoever men met de training is.

De vraag die hierbij naar boven komt is of voorjagers niet op tijd moeten inzien dat ze hun hond op deze proef terug moeten fluiten en niet doorgaan tot de hond zover in verwarring is gebracht dat hij het echt niet meer weet. Zodat de hond constant gaat vragen, en alle initiatief kwijt is.

M.I. is hier ook een taak voor de keurmeester weggelegd om de hond tegen de voorjagers in bescherming te nemen, en in te grijpen als hij ziet dat de hond in verwarring raakt.

Zo breed mogelijk trainen, en niet alleen voor het C, B of A diploma, maakt het interessant voor mens en dier. Het zo breed mogelijk trainen is niet alleen de proeven steeds moeilijker maken, het betekend ook variëren.

B.v. een hond apporteert goed op vlak gras probeer het dan ook eens met een sloot ertussen.

Bij verloren zoeken uit dichte dekking, ga eens niet vlak voor het bos staan maar stuur de hond 60 meter vooruit dan het bos in en laat hem daar vrij zoeken.

Bij het blind over water sturen zet de hond eens in op een grote afstand van de waterkant.

Een hond een sleep leren lopen geef de hond eens de gelegenheid om een sleep op afstand, dus zelfstandig, op te pakken en na de oefening samen met de hond trots te zijn.

Trouwens bouw deze of andere oefeningen altijd op begin binnen de mogelijkheid van de hond.

Een behaald diploma waar moeite voor gedaan is geeft bevrediging,

Hier kom ik eigenlijk automatisch op het onderwerp van sportiviteit. Ook een hond van iemand anders of een ander ras kan mooi werk leveren. Het toppunt hoorde ik op een proef waar een hond prachtig werk liet zien en de man naast mij zei “hier klap ik niet voor dit is een hond van…….” Alsof de hond hier schuldig aan was.

Het variëren in training zorgt niet alleen dat de hond veel situaties aankan maar vooral dat de hond niet afstompt maar met verve en plezier blijft werken.

Als de hond bij het dirigeren 100 stappen doet, blijft staan om op het volgende commando te wachten, dit goed opvolgt en vervolgens een tien krijgt omdat hij niets verkeerd doet, vraag ik mij wel eens af of het niet andersom bekeken moet worden, de hond krijgt geen cijfer om dat hij niets verkeert doet maar voor wat hij goed doet.

Positief werken en keuren is een gevolg van plezierig werken met je hond ’s avonds nemen we allemaal dezelfde hond weer mee naar huis, de beste hond van de wereld.

Wim Reinders.

 

Webdesign (c) 2002 by Amberfield Webdesign